» Home
Wadlopen 2003 Cross Globe Reisverhalen / Travel stories
previous   1 - 2 - 3   next
Mijn vrouw steekt een hand naar mij uit maar ik kan er niet meer bij, IK KAN ER VERDOMME NIET MEER BIJ! Ze roept naar mij, pak die stok, pak die stok. Eén van de gidsen drijft naast mij, steekt zijn stok naar mij uit, ik grijp de stok ondertussen mompelend, ik kan niet meer, ik kan niet meer. Hij probeert me naar een rug te slepen waar ik terug kan staan, maar iets gaat mis, iets gaat héél erg mis.

Weg, het volgende deel is weg. 1 groot zwart gat. Waar die gids met zijn stok plots naar toe was, ik weet het niet Het volgende moment dat ik me kan herinneren is dat ik moederziel alleen lig te dobberen in het water. De rugzak heb ik op mijn rug gedaan en die helpt een beetje om me drijvende te houden (luchtbel?). Overal hulpkreten, van dichtbij en ver weg. Ik zie dat ik toch niet alleen ben, een paar meter verder vechten nog 2 mensen om boven te blijven. Een heel eind verder zie ik nog wat stipjes deinen op het water. Bij de bood totale paniek en overal hoor je help help help.

Maar God, wat ben ik moe, ik ben zo moe ik kan niet meer. Ik heb al wel 100 slokken zeewater binnen, zo misselijk, zo kots kots misselijk en zo moe. Ik kan echt niet meer, het heeft geen zin meer, ik kom niet dichter bij die KLOTE boot, heeft echt geen zin meer. De boot begint zelfs te varen, vaart van me weg, NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE.

Wanhoop, pure wanhoop, geen hoop voor niks, noppes, gedaan, slush, ik geeft het op het heeft geen zin meer. Totale paniek, meer en meer zeewater vind zijn weg naar en in mijn mond. Telkens als ik het uitspuug komt er nieuw voor in de plaats en ik ben zo moe, zo verdomde moe. Geen zin, geef op, dat was het dan.

Rust, rust, rust, rustig worden. In te totale paniek kom ik tot inkeer. Paniek = dood, rustig worden is kans op dood. Oog in oog met de dood waar ik het meeste angst voor heb, de verdrinkingsdood wordt ik terug rustig, rustig rustig.

Ik ga terug zwemmen, probeer beter gebruik te maken van de drijvende kracht van mijn rugzak, negeer mijn kleren en mijn schoenen die me eigenlijk weinig hinderen. Begin te zwemmen, tegen de stroom, ik moet op dat VERDOMDE SCHIP geraken. Maar, waar is mijn vrouw, heeft mijn vrouw het gehaald, ik zie haar nergens, ik zie alleen wat stipjes her en der, waar is mijn vrouw zeg alsjeblief dat die man haar veilig heeft gekregen.

Geen zin, nieuwe paniek heeft geen zin. Nu naar mijn vrouw gaan zoeken als een bezetene is een zeker einde. Ze hadden haar vast, ze ging de goede kant uit, moet nu aan mijn eigen denken, hoe gruwelijk de onzekerheid ook is. Is zoeken naar een naald in een hooiberg moet die rust vasthouden die ik gevonden had, en het lukt, het lukt. Ik zie de boot, het enigste doel in mijn leven op dat moment, en als ik rond kijk zie ik twee gidsen, de hekkensluiters, die verrast zijn door de vloed en afgesneden van de groep op een rug staan met hun stokken, als 2 Jezussen die over het water lopen.

Ik zwem naar de boot, tegen de stroom, ik zwem en zwem en zwem maar die boot komt maar niet dichter, blijft even ver, lijkt wel achteruit te gaan. Wanhoop op de rand om opnieuw toe te slaan maar wat zie ik daar. Grijs, oranje, JA, een roeibootje, een rubberbootje met zwemvesten. Ze delen zwemvesten uit. Die 2 mensen links van mij zijn al ver weg, ver weg, maar nu komt hij naar mij, hij ziet mij, roeit naar mij toe geeft mij een zwemvest en zegt dat ie terug komt eerst moet eenieder een zwemvest hebben, dan pas oppikken.

Ik doe het zwemvest over mijn hoofd, heb de kracht niet meer om het vast te binden, hou het gewoon vast met mijn handen, laat mij drijven, eventjes.
Ik kijk naar de boot. Er wordt gezwaaid, iemand zwaait op me. Jawel, die jas, ik herken haar, die haren, het is mijn vrouw, mijn vrouw is veilig op de boot.
Dan begin ik terug te zwemmen, terug naar die boot, ik wil geen seconde langer meer in dat water maar die boot vertrekt, vaart weg, weg van mij, dit keer echt, op volle kracht, laat mij in het water, nieuwe paniek. De eerste huilbui, kort, een snik op het zwemvest. KLOOTZAKKEN, godverdomme se klootzakken ik had zoveel moeite gedaan om dichterbij te komen en nu varen ze weg, ze varen gewoon weg.

Berusting, rust, totale innerlijke rust. Overgave, genoeg. Mentaal en fysiek leeg. Ik leg mijn hoofd op het middenstuk van het zwemvest dat komt bovendrijven en laat mij rustig drijven, drijven, drijven. De omhelzing van de zee, het wiegen, de rust, totale innerlijke rust.

Geplons, ik kijk op, het bootje, het rubberbootje is terug. Een Nederlander met gevoel voor humor vraagt me of ik in wil stappen of dat ie later nog eens terug moet komen. Moed, voor het eerste echte nieuwe moed. Ik antwoord dat ik een lift wreed zou appriciëren.


previous   1 - 2 - 3   next